Donderdag 27 februari wil ik museum de Fundatie in Zwolle bezoeken. Ik ga met de trein, de Sprinter vanaf station Overvecht, om 9.55 uur. Wil je meereizen, van harte welkom. Om 11.30 uur is het koffietijd/verzameltijd in het museum. Later kunnen we misschien gezamenlijk lunchen, in het museum of daar in de buurt.
Marianne von Werefkin werd op twintigjarige leeftijd al de Russische Rembrandt genoemd. Ze speelde aan het begin van de 20ste eeuw een cruciale rol in de ontwikkeling van het expressionisme in Duitsland. En ze maakte deel uit van het kunstenaarsnetwerk Der Blaue Reiter. Toch is Marianne von Werefkin (1860-1938) veel minder bekend dan kunstenaars Wassily Kandinsky, Franz Marc en haar langjarige partner Alexej von Jawlensky. Vanaf de herfst is voor het eerst in Nederland het kleurrijke werk van Marianne von Werefkin in een overzichtstentoonstelling te zien, samen met een aantal werken van haar tijdgenoten.
Marianne von Werefkin kreeg als telg van een welgesteld gezin in Rusland alle kansen om haar artistieke talenten al vroeg te ontwikkelen. Zo kreeg ze onder meer les van de wereldberoemde kunstenaar Ilja Repin. Nadat ze in 1896 samen met haar partner en schilder Alexej von Jawlensky naar München verhuisde, stopte ze zelf bijna tien jaar met schilderen, enerzijds om hem te ondersteunen, anderzijds ook om haar eigen kunst verder te ontwikkelen. Om niet te blijven hangen in het realisme moest ze zichzelf opnieuw uitvinden.
In 1907 was Marianne von Werefkin de eerste van een groep bevriende kunstenaars, onder wie Gabriele Münter, Alexej von Jawlensky, Wassily Kandinsky en Franz Marc, die expressionistisch begon te schilderen – met intense kleuren en geabstraheerde, platte vormen. Tijdens twee zomers in 1908-09 in het Duitse Murnau am Staffelsee bracht zij Jawlensky, Kandinsky en Münter dichter bij deze nieuwe manier van schilderen, waarbij het afbeelden van emoties en gevoelens voorop stond. Een richting die later wereldwijde faam kreeg als het expressionisme.